Mest

Drijfmest cruciaal voor behoud stikstofleverend vermogen

Extra kunstmest kan een daling van het stikstofleverend vermogen door het wegvallen van de derogatie niet voorkomen
Extra kunstmest kan een daling van het stikstofleverend vermogen door het wegvallen van de derogatie niet voorkomen

Organisch gebonden stikstof uit drijfmest is cruciaal voor het op peil houden van het stikstofleverend vermogen van landbouwgrond.

Zelfs als een 80 kg lagere stikstofgift uit drijfmest volledig wordt gecompenseerd met kunstmest, daalt het stikstofleverend vermogen van graslandpercelen aanzienlijk. Na dertig jaar is het stikstofleverend vermogen ongeveer 12 procent gedaald in vergelijking met bemesting met 250 kg stikstof uit drijfmest op basis van derogatie. Dit blijkt uit een modelstudie van Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut. Het model was gebaseerd op cijfers van grasland op droge zandgrond op proefbedrijf Vredepeel. Dit grasland werd bij droogte beregend. 

Met en zonder derogatie

De onderzoekers vergeleken verschillende bemestingsregimes en berekenden het effect op het gehalte organische stof en het stikstofleverend vermogen van de bodem. Het basisregime was bemesting op basis van derogatie met 250 kg stikstof uit drijfmest en 170 kg stikstof uit kunstmest. Het effect van deze bemesting werd vergeleken met een situatie zonder derogatie met 170 kg stikstof uit drijfmest, waarbij de 80 kg lagere stikstofgift wel en niet werd gecompenseerd met extra kunstmest. 

Stikstofvoorraad 12 procent lager

De voorraad organische koolstof in de bodem was in alle situaties na dertig jaar gedaald. Met derogatie bleef de daling beperkt tot maximaal 5 procent. Zonder derogatie was de daling 11 tot 13 procent, ook als de lagere stikstofgift met drijfmest volledig werd gecompenseerd met kunstmest waardoor de grasgroei, en daarmee de opbouw van organische stof, op peil kon worden gehouden. Nog groter waren de verschillen in stikstofvoorraad in de bodem. Bij bemesting op basis van derogatie nam deze voorraad licht toe. Zonder derogatie en ondanks compensatie met kunstmest was de stikstofvoorraad na 30 jaar gemiddeld 12 procent lager dan met derogatie.

Kunstmest compenseert niet

Het in stikstofleverend vermogen van de bodem was na 30 jaar zonder derogatie en zonder compensatie met kunstmest 18 procent lager. Als wel werd gecompenseerd met kunstmest was het stikstofleverend vermogen 12 procent lager dan met derogatie. Compensatie met kunstmest van de lagere stikstofgift uit drijfmest met kunstmest kon de daling van het stikstofleverend vermogen dus niet opvangen. De resultaten van het onderzoek tonen het belang van de aanvoer van organische stikstof met drijfmest. Bij compensatie met kunstmest wordt extra organische stikstof gevormd uit gewasresten, maar dit draagt duidelijk minder bij aan het stikstofleverend vermogen dan de aanvoer uit drijfmest. 

Stikstofbindende gewassen alternatief

De onderzoekers benadrukken dat het onderzoek is gebaseerd op droge zandgrond. Op productievere vochthoudende zandgrond en klei- of veengrond, zijn de effecten waarschijnlijk minder groot, omdat de gewasproductie op deze grondsoorten hoger is. Volgens de onderzoekers is de teelt van stikstofbindende gewassen een alternatief om zonder derogatie toch meer organische stikstof aan te voeren.

Een artikel over dit onderzoek werd gepubliceerd in het vakblad V-Focus. Klik hier om dit artikel te lezen.