Fotoserie

Fotoserie: ‘Kwaliteit van de moeder bij charolais overtreft alles’

Corbin
De kwaliteit van de moeder overtreft alles bij charolais: hoe meer melk ze geeft, hoe goedkoper vleesaanzet bij het kalf gebeurt

Op het bedrijf van Olivier en Victor Corbin in Orne draait alles om autonome charolaiskoeien. Met driehonderd dieren, een doorgevoerde selectie en een sterke positie binnen de Franse fokkerij bouwen vader en zoon verder aan hun genetica en hun afzetmarkt.

‘Vleesaanzet die me geen geld kost’, zegt Olivier Corbin, terwijl hij naar een zogend kalf wijst. Op het vleesveebedrijf van de familie in het Franse Cour-Maugis-sur-Huisne staat de charolais centraal. Volgens zoon Victor onderscheidt het ras zich door ‘grote spenen, veel melk en sterke benen’, waardoor de kalveren vlot opgroeien. Dankzij 150 hectare grasland en 150 hectare akkerbouw is het bedrijf bovendien grotendeels zelfvoorzienend in ruwvoer.

Verkoop van fokstieren

Olivier schakelde bij de bedrijfsovername in 1990 volledig over op charolais. Inmiddels telt het bedrijf 300 dieren en ongeveer 150 kalvingen per jaar. Samen met zijn zonen Victor en Martin runt hij het bedrijf. Jaarlijks verkoopt de familie een twintigtal fokstieren en ongeveer vijftig stieren voor de vleesproductie. ‘Het belangrijkste is dat andere veehouders weten waar we voor staan’, zegt Victor over de deelname aan prijskampen.

Omdat kunstmatige inseminatie weinig wordt toegepast, is de handel in fokstieren belangrijk. De familie staat vermeld in de nationale charolaiscatalogus, waarin genetische prestaties van fokbedrijven zijn opgenomen. ‘De scores geven het genetische niveau van onze veestapel aan’, legt Victor uit. Bij de aankoop van nieuwe stieren let de familie vooral op rastype, karakter, melkproductie en groei. Dieren uit erkende stamboeklijnen brengen daarbij een hogere prijs op.

Stieren verkopen aan salersfokkers 

De Corbins verkopen ook stieren aan salershouders, die met een kruising extra groei en vleesaanzet bij hun kalveren realiseren. Van januari tot maart vinden de meeste kalvingen plaats. ‘Negentig procent van de koeien kalft zelf, maar we houden graag een oogje in het zeil’, zegt Victor.

Naast de vleesveetak teelt de familie tarwe, mais, koolzaad en gerst. Voor Victor ligt de toekomst zowel in de akkerbouw als in de fokkerij. ‘Ik wil de kennis van mijn vader over de bloedlijnen verder uitbouwen en de verkoop van onze fokstieren verder laten groeien.’