Landbouw Alliantie pleit voor 21 mol als drempelwaarde
Het vandaag gepresenteerde plan ‘De oplossing van het Nederlandse stikstofbeleid’ heeft volgens de Landbouw Alliantie niet minder ambitie dan de stikstofplannen van het kabinet, maar er wordt daarin vooral voor een andere aanpak van het probleem gekozen.
‘Stel per gebied de feitelijke natuurdoelstelling vast en richt eventueel noodzakelijke maatregelen op aantoonbare oorzaken. Maak vooraf duidelijk welk effect van een maatregel wordt verwacht’, zo schrijven de samenstellers van het rapport. Het plan werd vandaag in Den Haag gepresenteerd door de Landbouw Alliantie, een samenwerkingsverband van Agractie, de Dutch Dairymen Board, de Nederlandse Melkveehouders Vakbond en de Nederlandse Vereniging voor Pluimveehouders.
Verhogen drempelwaarde
De Landbouw Alliantie stelt twee mogelijke routes voor om de vergunningverlening weer vlot te trekken. De eerste is om de drempelwaarde bij vergunningaanvragen naar Duits voorbeeld te verhogen naar 21 mol en een grens van 3 procent van de kritische depositiewaarde (KDW) in te voeren. De andere route zou kunnen bestaan uit het instellen van een drempelwaarde in de vorm van significantiestroken van 250 meter langs gevoelige natuurhabitats.
Met deze voorstellen blijft wel aanvullend emissiereductiebeleid nodig, aldus de Alliantie. Volgens de organisatie kan zo worden voldaan aan de Europese normen en kunnen de huidige productieplafonds gehandhaafd worden.
Grijp in waar dat aantoonbaar nodig is
De samenstellers richten zich met het rapport rechtstreeks tot de minister. De Landbouw Alliantie had immers al aangegeven dat de huidige plannen van tafel moeten, omdat deze grote gevolgen hebben voor de hele sector. ‘Baseer maatregelen niet op modeluitkomsten, maar onderbouw de noodzaak en grijp gericht in waar dat aantoonbaar nodig is. Werk aan een route waarmee vergunningverlening weer mogelijk is. Boeren en ondernemers kunnen niet nog jaren wachten op rechtszekerheid en vergunningverlening. Daarom moeten natuurbehoud en, waar nodig, natuurverbetering én het herstel van vergunningverlening gelijktijdig worden aangepakt.’