Iedereen grondgebonden met eigen land volgens Rabobank utopie
Het is volgens Rabobank onmogelijk om alle Nederlandse melkveehouders grondgebonden te maken op basis van eigen grondbezit. Door de hoge grondprijzen en het relatief lage rendement in de melkveehouderij zullen samenwerkingsverbanden en pachtconstructies daarom een steeds grotere rol moeten spelen, stelt sectormanager melkveehouderij Marijn Dekkers.
‘Voor veel melkveehouders is het financieel niet realistisch om alle benodigde hectares zelf in bezit te hebben’, zegt Dekkers. ‘Alle Nederlandse veehouders grondgebonden maken met eigen bezit is daarom onmogelijk. Daarvoor is grond te duur en het rendement in de veehouderij te laag.’
Samenwerken wordt door beleid belangrijker
Volgens Dekkers maakt het huidige beleid, waarin grondgebondenheid een steeds belangrijkere rol speelt, samenwerking juist noodzakelijk. Hij vindt het daarom positief dat de term ‘samenwerkingsvormen’ is opgenomen in de Kamerbrief over het stikstofakkoord van 26 juni. ‘Dat leidt tot een meer werkbare oplossing dan een systeem waarin uitsluitend eigendom van grond centraal staat’, stelt hij. ‘In de praktijk werken veel melkveehouders al samen met akkerbouwers en andere grondgebruikers. Ook zijn er vaak langdurige afspraken over mestafzet en voeraankoop in de regio.’
Prijzen landbouwgrond stijgt sterker dan rendement
De prijzen van landbouwgrond in Nederland stijgen bovendien veel sneller dan het rendement in de melkveehouderij. Dat vraagt volgens Dekkers om scherpere keuzes in de bedrijfsstrategie.
Hij duidt dat met een voorbeeld. ‘Een bedrijf met 100 koeien produceert jaarlijks gemiddeld 900.000 liter melk en heeft ongeveer vijftig hectare nodig. Bij een prijs van 100.000 euro per hectare kost die vijftig hectare samen 5 miljoen euro. Met 900.000 liter melk per jaar is dat heel lastig te financieren.’
Laatste hectares drukken het meest
Bij grondaankoop is volgens Dekkers de vraag daarom niet alleen hoeveel grond een bedrijf nodig heeft, maar ook hoeveel grond daadwerkelijk in eigendom moet zijn. Juist die laatste hectares drukken relatief zwaar op de financierbaarheid en verkleinen de financiële ruimte voor andere investeringen.
Ook het moment van investeren is belangrijk. Wie vlak voor een bedrijfsovername of grote stalaanpassingen grond aankoopt, kan daarmee de toekomstige financierbaarheid onder druk zetten. Een extra perceel maakt een melkveebedrijf op korte termijn niet automatisch beter overneembaar. Daarom kijkt Rabobank in gesprekken met ondernemers nadrukkelijk naar de strategische meerwaarde van grond. ‘Grond blijft een productiemiddel, maar een investering daarin moet passen binnen de financiële draagkracht van het bedrijf en een realistische terugverdientijd kennen’, aldus Dekkers.