Europese nitraatrichtlijn blijft van kracht
De Europese Commissie past de nitraatrichtlijn niet aan. Ze vindt dat de nitraatrichtlijn ruim dertig jaar na de invoering nog altijd effectief is in de bescherming van de Europese waterkwaliteit tegen nitraatvervuiling uit de landbouw.
Wel wil de Commissie de uitvoering van de regels vereenvoudigen en de administratieve lasten voor boeren verminderen, zonder afbreuk te doen aan de milieudoelen.
Eerste evaluatie
Woensdag 15 juli publiceerde de Europese Commissie de eerste evaluatie sinds de invoering van de Nitraatrichtlijn in 1991. Hierin concludeert ze dat de richtlijn heeft geleid tot beter nutriëntenbeheer en minder nitraatverontreiniging in veel delen van de EU. Daarnaast draagt de richtlijn volgens de Commissie bij aan het doel van de Kaderrichtlijn Water, namelijk de bescherming van ecosystemen, drinkwater en de volksgezondheid.
Uitvoering praktischer maken
De evaluatie laat tegelijk zien dat nutriëntenverontreiniging in verschillende regio's een hardnekkig probleem blijft, met name in gebieden met een hoge veedichtheid. De Commissie wil daarom samen met de lidstaten bekijken hoe de uitvoering praktischer kan. Daarbij wordt onder meer gekeken naar minder administratieve verplichtingen voor kleinere bedrijven, meer ruimte om maatregelen af te stemmen op lokale omstandigheden en een kritischere blik op kalenderlandbouw. Het behalen van de milieudoelen blijft daarbij wel het uitgangspunt. Daarnaast worden vanaf eind 2027 de monitoring van de nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water op elkaar afgestemd, waardoor de rapportage eenvoudiger moet worden.
Uitbreiding van RENURE-wetgeving
De Commissie ziet daarnaast kansen in een efficiënter gebruik van nutriënten. Dit kan de kosten voor boeren verlagen, de afhankelijkheid van ingevoerde kunstmest verminderen en de weerbaarheid van landbouwbedrijven vergroten. Ook werkt de Commissie aan een uitbreiding van de RENURE-regelgeving, waardoor bepaalde vloeibare digestaten op basis van mest mogelijk als kunstmestvervanger kunnen worden ingezet. Een eerste wetenschappelijke beoordeling wordt later dit jaar verwacht.