Mest

Bodemkwaliteit en grasopbrengst vragen om andere bemesting

Dikke fractie had de meest positieve effecten onder de grond, kunstmest boven de grond
Dikke fractie had de meest positieve effecten onder de grond, kunstmest boven de grond

Er is geen ideale mestsoort voor veenweidegebieden. De keuze voor een mestsoort hangt af van het doel. Organische mestsoorten, zoals dikke fractie, verbeteren de bodemstructuur en stimuleren het bodemleven het meeste, terwijl meststoffen met veel direct beschikbare stikstof zorgen voor de hoogste grasopbrengst en stikstofbenutting.

Dat blijkt uit een vijfjarige veldproef van het Louis Bolk Instituut in het Friese veenweidegebied. De onderzoekers vergeleken vijf jaar lang acht bemestingsstrategieën met elkaar: geen bemesting, kunstmest, dunne fractie, drijfmest, dikke fractie, vaste mest, bokashi en stro. Ze onderzochten de effecten op bodemkwaliteit, waterregulatie, bodemleven, grasproductie en fosfaatbenutting. 

Veel organische stof zorgt voor betere bodemstructuur en waterinfiltratie

Uit het onderzoek blijkt dat dikke fractie en bokashi – beide mestsoorten met een hoge aanvoer van organische stof – het organische stofgehalte van de bodem verhogen. Dit zorgt voor een betere bodemstructuur. Het hoge organische stofgehalte in stro zorgde echter niet voor een sterke toename van het organische stofgehalte in de bodem. 

Een hoog organische stofgehalte zorgde daarnaast voor een hogere waterinfiltratie. Op de gemeten waterafstotendheid van de bodem werd geen significante verschillen tussen de verschillende bemestingsmethodes gevonden.

Meer regenwormen bij veel organische stof

Ook het bodemleven profiteert van een hoge aanvoer van organische stof, maar nog meer van organische stikstof. Bij de bemesting met dikke fractie vonden de onderzoekers de meeste regenwormen, een stuk meer dan bij kunstmest en niet bemest land. Volgens de onderzoekers is dat positief voor de bodemkwaliteit. Het aantal voor weidevogels goed bereikbare regenwormen nam niet significant toe. 

Hoogste grasopbrengst bij kunstmest

Kunstmest leverde daarentegen de hoogste grasopbrengst en beste stikstofbenutting op. Ook dunne fractie en drijfmest – beide mestsoorten met een hoge N-mineraalgift – gaven goede resultaten. Bij vaste mestsoorten kwam de stikstof langzamer beschikbaar, waardoor de opbrengsten lager uitvielen. Droge omstandigheden in 2025 hadden hier ook invloed op. 

Toegediende fosfaat had geen invloed op fosfaatopname

De hoeveelheid toegediende fosfaat bleek geen effect te hebben op de fosfaatopname door het gras. Hoewel dikke fractie de hoogste fosfaatgift had, zorgde dit niet voor extra groei. Fosfaat was tijdens de proef niet de beperkende factor.