Gras

Kruidenrijk grasland presteert zowel in droog als in nat jaar

Naar mate het jaar vordert, stijgen zowel het klaveraandeel als de hoeveelheid eiwit in het gras
Naar mate het jaar vordert, stijgen zowel het klaveraandeel als de hoeveelheid eiwit in het gras

Niet alleen in droge jaren is de productie en kwaliteit van kruidenrijk grasland minimaal vergelijkbaar met die van graspercelen met louter raaigrassen. Dat geldt ook voor nattere jaren. 

Dat blijkt uit de eerste resultaten van het Europese project DivGrass over de jaren 2024 en 2025, waarover de Vlaamse Landmaatschappij schrijft. 

Vergelijkbare kwaliteit

In het project worden in België, Nederland, Duitsland, Frankijk en Zweden in de praktijk kruidenrijke graslanden vergeleken met percelen die voornamelijk uit Engels raaigrassen bestaan. Het jaar 2024 was een relatief nat jaar, in 2025 kregen verschillende Europese regio’s juist te maken met droogte. Toch gold voor beide jaren dat de onderzoekers in kruidenrijke graslanden hogere opbrengsten noteerden van vergelijkbare kwaliteit. ‘Opmerkelijk dat de waargenomen trends voor beide jaren zo consistent waren’, luidt de conclusie.

Meer eiwit, vergelijkbaar suikergehalte

In België wordt op vier bedrijven de (soorten)ontwikkeling van vier percelen intensief gemonitord en de hoeveelheid gras en kwaliteit gemeten. In de soortenrijke graslanden, zowel permanent als tijdelijk grasland, komen naast diverse klaversoorten en luzerne ook cichorei, smalle weegbree, duizendblad en karwij voor. De hoeveelheid biomassa, ofwel de opbrengst, lag er hoger dan bij de percelen met alleen maar raaigrassen. Het eiwitgehalte lag doorgaans hoger, maar het suikergehalte niet. De hoeveelheid metabole energie, een maatstaf die omgerekend kan worden naar vem-waarde, was uiteindelijk vergelijkbaar. Niet vermeld is in welke mate de percelen zijn bemest.

Figuur 1 – De biomassa van verschillende types percelen van 5 snedes, uitgedrukt in kg droge stof per hectare (bron Vlaamse Landmaatschappij)

Meer klavers, meer eiwit

De conclusie was ook dat het eiwitgehalte in de permanente graslanden in de eerste snede het hoogste is. Op de nieuw aangelegde percelen is het eiwitgehalte van de eerste snede vergelijkbaar met dat van de tweede snede van het permanente grasland. Naarmate het seizoen vordert, stijgen de eiwitgehaltes en ook het aandeel klavers. De voorlopige resultaten worden binnenkort verder besproken, met als doel om concrete beleidsaanbevelingen te kunnen geven voor de verdere ontwikkeling van productief kruidenrijk grasland.