‘KAS is voor de eerste twee snedes niet meer van deze tijd’
‘Met KAS geef je 50 procent nitraat, terwijl nitraat in de natuur alleen in de bodem wordt gemaakt. Gevolg van zo’n hoge nitraatgift is ook meteen een hoge concentratie nitraat in het gras, wat in het rantsoen weer afgevangen moet worden. KAS is prima voor de derde of vierde snede, maar voor de eerste twee snedes vind ik het niet meer van deze tijd.’
De opvallende uitspraak is afkomstig van Piet Riemersma. De ruwvvoerspecialist bij Van Iperen vertelt in de zomeruitgave van VeeteeltGRAS dat strengere bemestingsnormen vragen om meer bewustwording over welke bemestingsvormen je als veehouder kiest. ‘Vroeger, bij honderden kilo’s stikstof, waren de sporenelementen geen issue, nu wel.’
Vooruithelpen met ruwvoer
Riemersma adviseert boeren over het verbeteren van de ruwvoerkwaliteit. ‘Als je een boer vooruit wilt helpen, moet je het in ruwvoer zoeken, niet in krachtvoer. Daarover zijn we nog lang niet uitgeleerd. Zo leren we momenteel veel over de invloed van sporenelementen en bodembacteriën die we kunnen beïnvloeden met biostimulanten. Zo zijn we ook al dertig jaar bezig met het behandelen van mest om de benutting verder te optimaliseren. Mijn gevoel zegt me dat we echt veel meer met mest moeten kunnen, maar hoe is nog niet duidelijk.’
Jonger maaien levert minder stabiele kuil
Volgens Riemersma is er niet één advies waarmee alle bedrijven hun ruwvoerkwaliteit kunnen verbeteren. ‘Het gaat om alle schakels, van bodem, bemesting, gewas tot in- en uitkuilen; eigenlijk alles tot de bek van de koe. Eén advies kan averechts werken’, zegt hij. ‘Op dit moment wordt er bijvoorbeeld vaak tegen boeren gezegd dat als je meer eiwit in het gras wilt, je jonger moet gaan maaien. Op zich klopt dat, maar eerder maaien zorgt ook voor minder melkzuurbacteriën op het gewas. Hierdoor wordt de kuil minder snel stabiel, omdat daarvoor juist melkzuur nodig is. Gevolg is dat er ammoniakfractie ontstaat, wat ten koste gaat van het eiwit. Dan win je links wat, maar rechts verlies je ook weer wat. In dit geval is het dus goed om melkzuurbacteriën toe te voegen via een inkuilmiddel.’
‘Daarom blijft het belangrijk om alles in het grote geheel te zien. Doe je op het gebied van ruwvoer veel goed, dan zijn de koeien gezond en is een gemiddelde productie van 40 liter echt te halen. Het komt steeds meer aan op vakmanschap.’
Lees het hele interview met Piet Riemersma in de zomeruitgave van VeeteeltGRAS.